Image

Annalies Teernstra gepromoveerd!

Gisteren is collega Annalies Teernstra gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op veranderingsprocessen in buurten en wijken.
Annalies Teernstra is in 2009 afgestudeerd in Sociale geografie en planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Nadat ze een half jaar heeft gereisd, kreeg ze de kans om te promoveren. Inmiddels werkt Annalies alweer anderhalf jaar bij Academie van de Stad als coördinator Den Haag.

Waarom besloot je te gaan promoveren?
‘Ik had altijd al een zwak voor onderzoek doen en ik vond de universiteit een prettige omgeving. Ook heb ik een passie voor vraagstukken die zich afspelen in buurten en leek het me heel leuk om les te geven op dit gebied. Ik koos voor Amsterdam omdat ik toe was aan een andere stad dan Groningen. In Amsterdam liggen meer uitdagingen, zeker op wijkniveau.’

Waar gaat je proefschrift over?
‘Mijn proefschrift gaat over de upgrading en downgrading van buurten in Nederland. Downgrading is een achteruitgang van sociaal-economische en fysieke aspecten van een buurt en upgrading een vooruitgang van deze aspecten. In het eerste deel van mijn onderzoek heb ik patronen van upgrading en downgrading in kaart gebracht. Hierbij heb ik gekeken naar de relatie tussen sociale en fysieke ontwikkelingen en naar verhuismobiliteit. Ik deed een kwantitatieve analyse van data uit het sociaal statistisch bestand voor de steden Amsterdam, Den Haag en Tilburg. In het tweede deel deed ik een kwalitatieve analyse. Ik deed een case study van drie buurten: Transvaal en Oosterpark in Amsterdam en Rustenburg in Den Haag. Ik hield interviews met actoren van gemeenten en woningcorporaties en met bewoners. Ook bestudeerde ik beleidsdocumenten.'

Kun je iets vertellen over de combinatie van promoveren en je baan als coördinator Den Haag?
‘Ik ging aan de slag bij Academie van de Stad omdat ik zin had in een nieuwe uitdaging. Ik vond het bij mijn onderzoek heel waardevol om mijn bevindingen te toetsen aan de praktijk. Dat is wat Academie van de Stad ook doet: studenten krijgen de kans om zich in te zetten voor de stad met een echte opdrachtgever. Daarnaast kunnen beleidsmakers processen van upgrading en downgrading in buurten beïnvloeden, waarbij ook bewoners betrokken worden. Dit gebeurt bij Academie van de Stad ook: we doen bijvoorbeeld projecten voor de verbetering van de leefbaarheid, voor het stimuleren van bewonersparticipatie en het verbeteren van de wijkeconomie. De combinatie van vier dagen werken en promoveren was wel zwaar, maar het is gelukt!'

Heb je bij je onderzoek inzichten opgedaan voor je werk? En andersom?
‘Voor mijn functie als coördinator Den Haag is het functioneel om op de hoogte te zijn van problemen in wijken. Die problemen was ik tijdens mijn onderzoek al tegengekomen. En andersom kwam ik er door het begeleiden van studentenprojecten achter hoe complex het is om aan de ontwikkeling van wijken en buurten te werken. Je hebt met zoveel partijen te maken.’

Wat zijn de belangrijkste bevindingen van je onderzoek?
Bij processen van upgrading en downgrading wordt verhuismobiliteit heel belangrijk geacht. Maar wat ook meespeelt zijn de inkomensontwikkelingen van zittende bewoners. Bewoners maken carrière door en gaan dan weer naar een andere buurt. Dit geldt ook voor buurten die downgrading ondergaan. Mensen komen in een buurt met een laag inkomen en gaan met een hoog inkomen weer weg. Ik heb in mijn proefschrift in twijfel getrokken of deze beweging wel zo erg is als het lijkt.’

Wat zou je beleidsmakers en woningcorporaties op basis van je onderzoek aanbevelen?
‘Mijn onderzoek toont aan dat veranderingsprocessen in buurten heel complex zijn. Elke buurt ondergaat zijn eigen ontwikkeling. Voor beleidsmakers is het daarom belangrijk om te weten wat er in de buurt gebeurt: welke functie heeft jouw buurt in de stad? Wat zegt de ligging? Beleid lijkt vaak op elkaar, maar buurten hebben elk andere kenmerken en een eigen plek in de stad. Wat betreft bewonersparticipatie zou ik adviseren dat beleidsmakers heel goed communiceren waar bewoners wel en geen inspraak in hebben. Dan weten de bewoners ook waar ze aan toe zijn. Tussen beleid en uitvoering zit een groot verschil. Bewoners weten vaak niet dat de gemeente nog met heel veel andere partijen werkt, daarom zou het goed zijn dat inzichtelijk te maken.’