Image

Slotdebat debatteren en schrijven over beleid

Afgelopen vrijdag vond het slotdebat plaats van het vak ‘Debatteren en schrijven over beleid’. Zo’n 80 studenten Taal & Communicatie hebben kritisch gekeken naar actuele maatschappelijke vraagstukken, hier een adviesnota over geschreven en als afsluiter vond er de 21ste een debat plaats.
De studenten hebben een adviesnotitie geschreven over deze onderwerpen die vervolgens verstuurd zijn naar de opdrachtgevers. Uit deze adviesnotities zijn vervolgens twee stellingen voor het debat gedistilleerd. Acht studenten hebben het tegen elkaar opgenomen in de debat arena, in teams van twee. Eén team pleitte voor de stelling, één tegen. 

De eerste stelling luidde als volgt: ‘De gemeente Amsterdam moet er voor zorgen dat jongeren en studenten gelijke kansen hebben op de woningmarkt.’ De voorstanders beginnen. Volgens hen hebben jongeren een aanzienlijk minder grote kans om een woning te vinden dan studenten, dit ondersteunen zij met cijfers over het aantal woningzoekenden en hoe snel verschillende groeperingen er in slagen een woning te vinden. Er worden minder woningen gelabeld voor jongeren dan voor studenten. ‘Dit is problematisch. Onder jongeren is het aantal schoolverlaters relatief hoog. Een reden die hier vaak genoemd voor wordt is dat deze jongeren geen plek hebben om te studeren omdat zij in een te krappe woning wonen’. Daarom stellen de voorstanders voor dat er een platform wordt opgezet waarbij jongeren in contact kunnen komen met woningcorporaties. De tegenstanders zijn het niet eens met de argumentatie van de voorstanders. Volgens hen doet de gemeente meer dan genoeg om jongeren te accommoderen. ‘De afgelopen jaren zijn er honderden woningen gebouwd voor jongeren. Dit zijn er wellicht niet zo veel als voor studenten, maar dit is ook niet vreemd. Studenten zijn van grotere economische waarde voor de stad dan jongeren’. Daarnaast vonden zij het plan van de voorstanders niet goed uitgewerkt. Er kan wel een website worden gemaakt waar jongeren in contact komen met woningcorporaties, maar dit vergroot het aantal woningen voor jongeren niet.

Na dit eerste debat was het tijd voor de jury, bestaande uit de opdrachtgevers en de sectievoorzitter er docenten van de opleiding,  om tot een oordeel te komen over wie de winnaars waren van dit debat. De voorzitter van de jury wil eerst zeggen dat zij erg onder de indruk was van het niveau van zowel de notities als het debat. Ze vond het opmerkelijk om te zien hoe er zo’n tegenstelling tussen jongeren en studenten werd gecreëerd in het debat. ‘Dat is toch helemaal niet nodig.’ Ze vond het plan van de voorstanders wel uitvoerbaar, maar niet doeltreffend. Daarom gaat deze ronde uit naar de tegenstanders!

De tweede stelling luidt als volgt: ‘De gemeente Amsterdam moet ouders van kinderen met overgewicht verplichten om een traject te volgen om op een gezond gewicht te komen.’ Wederom is het aan de voorstanders om te beginnen. ‘In Amsterdam zijn er maar liefst 30.000 kinderen met overgewicht, 10% van de ziektekosten gaat op aan het behandelen van ziektes die direct aan overgewicht te herleiden zijn.’ Daarom stellen zij voor dat kinderen tot twaalf jaar een traject van 12 maanden gaan volgen, waarbij zij 4 maanden intensief begeleidt worden en 8 maanden nazorg krijgen. Het is wettelijk gezien mogelijk om dit te verplichten, aangezien de overheid het recht heeft om in te grijpen bij kindermishandeling. Nu is het woord aan de tegenstanders: ‘Ten eerste willen wij duidelijk maken dat alleen morbide obesitas als kindermishandeling wordt gezien en niet alle vormen van overgewicht. Daarnaast, ook al zou men dit verplicht kunnen stellen, dan werkt dit niet. Bij leefstijlveranderingen is het van belang dat dit uit een intrinsieke motivatie gebeurd. Tot slot zijn er zoveel kosten verbonden aan een dergelijk project, dat het aanzienlijk duurder is om dit project uit te voeren dan de ziektekosten te betalen.’

Na hun beraad keerde de jury weer terug met het verlossende woord. De voorzitter wou nogmaals benaderen hoe knap zij het vond dat eerstejaarsstudenten Taal & Communicatie op zo’n hoog niveau kunnen debatteren. De voorstanders waren er heel goed in geslaagd om de urgentie van het probleem weer te geven. Echter moest ze ook dit keer de tegenstanders tot winnaar uitroepen. Vooral hun verhaal over de kosten en de intrinsieke motivatie sprak de jury aan. Zij wil er nog wel aan toevoegen dat alle debaters het goed gedaan hebben vandaag en dat het veel lastiger is om als voorstander een debat te winnen.  De debaters en juryleden kregen nog een klein presentje en daarbij was deze bijeenkomst alweer tot een eind gekomen!