Image

Springlevende Workshops

Op maandag 4 november kwamen 40 studenten van alle Springlevende Wijken die Nederland op dit moment rijk is naar Amsterdam voor een avond vol met inspirerende workshops! ‘We hebben inmiddels een goed netwerk opgebouwd in de buurt, maar wie gaat onze taken overnemen als wij er straks niet meer zijn?’
Projectcoördinator Julius van Manen opent de avond in het Kohnstammhuis. ‘Welkom allemaal, hier in het kloppende hart van Academie van de Stad. In 2008 zijn we begonnen hier in Amsterdam, maar inmiddels hebben we ook vestigingen in Den Haag en Utrecht. Er zijn hier zowel teams aanwezig van het eerste uur, zoals Tugela, als splinternieuwe teams.’ Het team van Nieuw Hoograven is zelfs pas deze maand gestart. ‘Het leek ons een goed idee om bijeen te komen en kennis met elkaar uit te wisselen. We hopen dan ook dat jullie gedurende deze avond veel van ons en elkaar kunnen leren. ’

Collega Joep Albers neemt het woord over. Veranderde politieke en economische omstandigheden beïnvloeden, net zoals bij andere ondernemingen, de werkwijze van Academie van de Stad. ‘Zoals jullie gemerkt hebben is de focus van de projecten verschoven. Waar we voorheen voornamelijk met kinderen aan hun talentontwikkeling werkten, zullen er nu ook veel projecten bijkomen die gericht zijn op zelfraadzaamheid en het tegengaan van eenzaamheid bij ouderen. Ook is het voor ons nog belangrijker dan vroeger om terug te koppelen welke resultaten we behalen. ’

Na het welkomstwoord en een stuk duiding over de ontwikkelingen in het werkveld is het dan toch echt tijd voor de studenten om richting de workshops te gaan!

Op de zesde verdieping van het Kohnstammhuis brainstormen de studenten over hoe ze het beste kunnen samenwerken met andere organisaties in de wijk. ‘Ik denk dat het belangrijk is dat je vanuit een gemeenschappelijk doel werkt, als je niet hetzelfde wilt bereiken dan gaat een samenwerking moeizaam verlopen’. Een andere student vult aan ‘Als ik kijk naar andere organisaties in de wijk dan zitten we qua doel vaak wel op een lijn, maar om een samenwerking aantrekkelijk te maken moet je iets kunnen aanbieden wat andere organisaties niet kunnen. Je moet ze kunnen aanvullen.’

Een andere groep ontfermt zich over een andere uitdaging. Namelijk, hoe promoot je activiteiten en maak je de resultaten zichtbaar? ‘Meer foto’s maken!’ zegt een van de studenten. ‘Afgelopen zomer hebben we tuinen opgeknapt van mensen. Waren we dagen bezig met opruimen en het plaatsen van planten, waardoor er een mooie tuin ontstond. Daar waren we super blij mee, maar achteraf was het wel handig geweest als we van te voren een foto hadden gemaakt. Dan was het resultaat meer zichtbaar.’ Er lijkt in de groep ook consensus te zijn over het meer benaderen van lokale media. ‘Wij werken op een kleine schaal, op buurtniveau. Laat dat nou precies de doelgroep zijn van dergelijke kranten.’

Tegenover deze zaal is men bezig met het behandelen van een compleet ander onderwerp. In een aantal Springlevende Wijken lopen er ook studenten stage, die begeleid worden door de student coördinatoren van de Springlevende Wijken. De student coördinatoren leidden daarbij intervisies. Aan de hand van een rollenspel oefenen ze hier hoe ze het best een stage intervisie kunnen leiden.

Naast de vaste activiteiten die voorkomen in Springlevende Wijken worden er ook eenmalige activiteiten georganiseerd, daarover gaat de workshop in het Theo Thijssenhuis. ‘Het lijkt mij handig als we meer contact onderling hebben. Op een bijeenkomst zoals deze hoor je van mensen uit andere wijken dat ze al heel veel activiteiten georganiseerd hebben. Meer contact tussen de Springlevende Wijken zorgt ervoor dat niet iedereen het wiel opnieuw moet uitvinden.’ Een mannelijke student heeft daar aan toe te voegen ‘Volgens mij is er ook een gevaar dat we ons te veel blindstaren op grote activiteiten. Je hoeft niet meteen de burgemeester of een Tweede Kamerlid op bezoek te krijgen om een geslaagde activiteit te hebben. Iets kleins is ook leuk.’

Weer terug in het Kohnstammhuis spreken andere studenten over de duurzaamheid van hun projecten. ‘We hebben inmiddels een goed netwerk opgebouwd in de buurt, maar wie gaat onze taken overnemen als wij er straks niet meer zijn?’. Een lastig debat, maar ook hier komen de studenten tot een aantal handvatten. ‘De behoefte van de buurtbewoners dient centraal te staan. Alleen als zij er achter staan en zich verantwoordelijk voelen voor de projecten blijven deze voortbestaan’.

Na een korte terugkoppeling van de groepen aan hun medestudenten over hun bevindingen is het inhoudelijk gedeelte van de avond voorbij. Tijd voor een Springlevende borrel!