Dag Iris en Lynn! Jullie zijn de studentcoördinatoren van het project Digicoaches. Hoe vinden jullie dat?

Iris: “Heel leuk! Ik heel bewust gekozen voor de stage Digicoaches. Het leek me leuk om studenten te begeleiden en daar meer over te leren. Dat bevalt me nu heel goed. Ik ben vanuit mijn opleiding (red. Middle Eastern Studies aan de Universiteit Leiden) gewend om kritisch te kijken en feedback te geven. Die vaardigheden kan ik kan goed toepassen in deze stage. Ik vind het leuk dat ik aan de ene kant merk dat ik bepaalde vaardigheden heb en dat ik die kan toepassen, maar anderzijds ook nog veel kan leren op het gebied van gesprekstechnieken, zoals bijvoorbeeld de LSD-methode (red. LSD staat voor Luisteren, Samenvatten, Doorvragen). Dat is een mooie aanvulling op wat ik al weet.”

Lynn: “Ik studeer Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarin is met mensen omgaan het uitgangspunt. Ik heb in mijn zoektocht naar een stage op heel veel verschillende plekken gesolliciteerd om te kijken wat het beste bij mij past. Wat mij aansprak aan Academie van de Stad is dat er van te voren heel goed wordt nagedacht over de teamsamenstelling: hoe je moet samenwerken, hoe het team eruit ziet, wat daarin wel en niet werkt. Dat zegt iets over de werksfeer. Als de werksfeer goed is, ben ik meer bereid mijn best te doen en inzet te tonen. Je spart dan ook veel sneller met collega’s, in plaats van dat je op eilandjes opereert. Vanuit de opleiding werk ik aan opdrachten waarin het beoordelen en beïnvloeden van gedrag centraal staat. Dat komt terug in de begeleiding van studenten. In het project Digicoaches zijn we  bezig met de digitale taal. Ik ben een beetje een nerd, ik heb informatica gehad. Ik weet daardoor iets meer over de werking van computer, of waarom foutmelding opkomt. Studenten kunnen bij moeilijke vragen over de computer bij mij terecht.”

We zijn al een tijdje bezig en de eerste digilessen zijn begonnen. Waar in het project zijn jullie tot nu toe het meeste trots op?

Lynn en Iris beiden: “De sfeer en de samenwerking.” Iris heeft het project in begin een tijdje in haar eentje gecoördineerd en was bang of ze het wel los kon laten, zodra Lynn zou beginnen. Iris: “Maar het gaat heel goed, we hebben een goede balans in gevonden.” Lynn vult aan: “Academie van de Stad heeft in het bepalen van de teamsamenstelling echt gekeken naar wie bij wie past. Maar toch moet je in de praktijk maar kijken hoe dat werkt. Wij hebben allebei onze eigen manier en werkwijze.”

Lynn en Iris ervaren dat hun studenten beiden ook echt naar ons toe komen met vragen. Lynn: “We zetten een goede en eerlijke sfeer neer, maar pakken ook onze begeleidersrol. Het is belangrijk dat we plezier hebben, maar er moet ook gewerkt wordt. Iris: ‘Ik krijg terug van de studenten dat ze onze manier van communiceren heel fijn vinden en dat ze naar ons toe durven te komen.”

Hoe pakken ze dat dan aan? Iris antwoordt: “Ik denk dat het deels aan onze persoonlijkheid hangt, maar ook aan dat we heel duidelijk maken aan de digicoaches wat we van ze verwachten. En dat we zelf ook openstaan voor feedback en daar actief naar vragen. Dat was voor de studenten in het begin wel even wennen. Studenten waren gewend dat er gezonden werd en dat zij ontvingen, in plaats van dat er ook iets van hen werd gevraagd.” Lynn vult aan: “Omdat wij zelf ook nog student zijn kunnen wij ons makkelijker in de leefwereld van de digicoaches verplaatsen. Ik stel mezelf altijd de vraag ‘Hoe wil ik begeleid worden?’. Ik houd van duidelijke kaders en vind het fijn als iemand met mij meedenkt als ik vastloop. En dat je het kan aangeven als iets niets lukt.’ Iris: ‘Omdat je zelf student bent kun je je ook veel makkelijker inleven. Dat is voor iemand die al twintig jaar werkt misschien wat moeilijker.”

Als studentcoördinator doe je veel ervaring op in projectmatig werken, leiderschap en begeleiding. Wat is tot nu toe jullie meest leerzame ervaring?

Iris trapt af: “Ik heb ergens het gevoel dat de echte grote les nog moet komen, omdat we nog maar net bezig zijn met het project.  In de de persoonlijkheids- en teamtesten, zoals de Belbin-test, die we hebben gedaan, kwam naar voren dat ik van nature introvert ben. Maar ik heb juist het inzicht opgedaan dat ik dat niet moet willen veranderen en dat ik door mijn persoonlijkheid juist iets toevoeg aan het team. Ik heb nu meer rust in mijn eigen kracht.” 

Lynn: “Het is inderdaad een lopende ontwikkeling. Maar als ik nu mijn meest leerzame ervaring moet noemen, is hoe je je naar opdrachtgever en samenwerkingspartners opstel. Ook vind ik de vrijheid en autonomie die ik in dit project heb fijn. Ik ben niet aan het werk maar met mijn eigen ding bezig. En ik kan me uiten in creativiteit. Dat is misschien niet echt een ontwikkeling, maar het geeft me rust. Van, o, zo kan werk ook zijn. Je hoeft niet een geforceerde versie van jezelf zijn. Dat je niet een vast stappenplan hoeft te volgen, maar dat je in je werkzaamheden iets van jezelf kan leggen. En iedereen is hier heel meegaand en bewust van elkaar.”

Als het gaat om leiderschap en projectmatig werken heeft Iris een aantal interessante inzichten opgedaan: “Je hebt een bepaalde rol dus studenten zien je op een bepaalde manier. Maar je moet er ook naar handelen. Projectmatig werken is balans vinden tussen een strakke planning hebben en flexibiliteit. Zo was er in dit project een leslocatie waar te weinig deelnemers op af kwamen. In de eerst instantie denk je ‘Shit!’, maar ik heb geleerd dat het  wel goed. Dat probeer ik ook over te brengen op de digicoaches.” Lynn beaamt dit: “Ja, je leert oplossingsgericht werken. En te denken ‘Hoe gaan we dit oplossen?’ in plaats van te lang blijven hangen in dat het vervelend is dat het niet werkt.” 

Stel jezelf eens voor. Je bent jezelf maar dan over 5 jaar. Waar sta je dan?

Zowel Lynn en Iris vinden dit een moeilijke vraag. Iris: “Ik weet niet, ik hoopte altijd wel dat ik iets maatschappelijks ga doen, bij de gemeente of een andere overheid. Maar hoe dat precies vorm krijgt vind ik lastig. De gemeente of een publieke organisatie trekt me aan want als je maatschappij wil veranderen is overheid belangrijke actor. Vanuit daar kun je veel opstarten en initiëren. Zowel beleidsmatig als met projecten. Ik heb door mijn opleiding een andere blik op de maatschappij en ik hoop dat ik dat mee kan nemen en er iets mee kan doen.”

Lynn: “Ik hoop dat ik mijn hobby, muziek, en mijn mensgerichte opleiding, waar mijn kracht ligt, kan combineren. Muziektherapie kan veel impact hebben. Muziek kan mij bijvoorbeeld heel erg beïnvloeden. Ik zie zo een afgelegen huis voor me met heel veel natuur waar mensen dan een week muziektherapie kunnen volgen. Ik heb daar dan een ondersteunende rol. Muziek is namelijk breed. Je kan iemand achter een bongo zetten, maar je kan ook op zang inzetten. Ik zie een mooie combinatie waarin ik zowel op de muzikale kant, als op persoonlijk vlak begeleid. Waarin we ontdekken hoe iemand zijn of haar eigen draai kan geven aan muziek om er bovenop te komen.”

Iets schiet Iris de binnen: “Het begeleiden van studenten vind ik leuk en daardoor vraag ik me ook wel eens af of ik niet het onderwijs in moet. Ik wil jonge mensen voorbereiden op de toekomst. Dat vind ik iets moois.”

In hoeverre draagt deze ervaring als studentcoördinator van het project Digicoaches daar aan bij?

Iris: “Ik denk dat Digicoaches eigenlijk in de kern is wat ik wil doen. Ongelijkheid aanpakken, dat is ook wel iets wat we met dit project doen. We helpen kwetsbare groepen in de samenleving en proberen iedereen een kans te geven om mee te doen en niet in een isolement te raken. Of in bijvoorbeeld de schulden te komen omdat je niet snapt hoe je online een rekening moet betalen. Dit sluit heel mooi aan bij wat ik later wil doen.”

Lynn gaat verder: “Elke ervaring draagt bij aan je ontwikkeling. Zo vind ik het leuk dat Iris veel over andere culturen weet. En hier bij Academie van de Stad kom ik in een organisatiecultuur terecht waar ik nog niet mee in aanraking was gekomen. Ik vind het leuk om te zien dat we allemaal verschillende mensen zijn, en dat ik hier andere soorten mensen leer kennen. Als ik later muziektherapeut zou worden, ga ik ook met verschillende soorten mensen werken. Dus het handig dat ik me nu al leer te verhouden tot verschillende mensen – studenten, deelnemers, opdrachtgever en mensen binnen Academie van de Stad.”

Dit projectjaar van het project Digicoaches loopt nog tot en met juni 2020 en er staan nog een hoop leuke plannen en bijeenkomsten in de planning. Wanneer kijken jullie tevreden terug op dit projectjaar?

Iris, lachend: “Het mooiste zou zijn als het project volgend jaar nog een keer doorgaat. Dat zou het allermooiste zijn!” Daar is Lynn het helemaal mee eens. Iris gaat verder: “Maar los daarvan, ben ik tevreden als die groep van 30 mensen die we nu lesgeven groeit en als de deelnemers een stapje verder, zelfstandiger en minder onzeker zijn. En we tevreden studenten hebben die iets geleerd hebben en het gevoel hebben ietsje beter voorbereid te zijn op arbeidsmarkt. Persoonlijk hoop ik aan het einde van deze stage iets meer duidelijkheid te hebben over wat ik zelf nou wil doen en waar mijn sterke kanten liggen.” Lynn vult aan: “En als de deelnemers aangeven dat ze iets aan de lessen hebben gehad en dat de opdrachtgevers ook zien dat de deelnemers er echt baat bij hebben gehad. Ook hoop ik dat Academie van de Stad vindt dat het project goed is gelopen en dat er een mooi eindplaatje staat. Zelf ben ik tevreden als iedereen tevreden is en ik positief op mijn eigen geleverd werk kan terugkijken.”

 

Wil je op de hoogte blijven van het project Digicoaches? Mail dan naar [email protected] en meld je aan voor de nieuwsbrief! 

Academie van de Stad is elk studiejaar weer op zoek naar nieuwe stagiairs. Enthousiast geworden over de functie van studentcoördinator? Check dan deze link en meld je aan!